Pedagogisch beleid

Voor u ligt het pedagogische beleidsplan van Kinderopvang ’t Woudlopertje in Nieuw-Vennep.
Dit pedagogisch beleidsplan is geschreven door de vestigingsmanager in samenwerking met een afvaardiging van de pedagogisch medewerkers van de groepen.

Dit plan is een van de basis stukken van het handelen op kinderopvang ’t Woudlopertje en is tevens een stuk wat regelmatig met de pedagogisch medewerkers besproken wordt.

Elk jaar zullen de werkplannen van het kinderdagverblijf en de NSO opnieuw met de pedagogisch medewerkers geëvalueerd worden en indien er wijzigingen zijn worden herschreven.

Ouders en andere belangstellenden kunnen het Pedagogische beleidsplan van Kinderopvang ’t Woudlopertje staat op onze website ook kan u deze verkrijgen via onze administratie, telefoonnr: 0252 - 623820

Wij hopen u hiermee een duidelijk en compleet beeld te kunnen geven van ons pedagogisch handelen op de groepen.

Een van de belangrijkste doelstellingen in de kinderopvang is dat kinderen zich veilig en geborgen voelen. (Riksen-Walraven, 2004). Een kind dat zich zelf mag zijn, dat voelt dat het er mag zijn, voelt zich veilig, voelt zich goed en heeft energie om te leren en zich te ontwikkelen.

Download ons pedagogisch beleidsplan.

 

Pedagogische visie

Uitgangspunt

Kinderopvang ’t Woudlopertje heeft er niet voor gekozen om een bepaalde pedagogische stroming aan te hangen. Reden hiervoor is dat elke stroming goede eigenschappen heeft en wij verschillende van deze goede eigenschappen willen kunnen combineren.

Onze pedagogische visie is als volgt verwoord:

Kinderdagopvang ’t Woudlopertje wil kinderen in de leeftijd van 0-13 jaar een veilige en geborgen omgeving bieden wat voelt als een 2e thuis. Waar zij op hun eigen wijze en in hun eigen tempo zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige, weerbare en sociale individuen, ondersteund door onze pedagogisch medewerkers. Deze pedagogisch medewerkers zijn in staat om de kinderen op verschillende manieren te stimuleren en te motiveren, waarbij rekening gehouden wordt met de natuurlijke eigenschappen van elk kind. Dit 2e thuis is een boeiend kruispunt waar de woon- en leefwereld van het kind en de natuur elkaar raken. En waar het kind  op een spelende wijze kennis maakt met de natuur, de dieren en de ruimte om hem heen. Wij willen dit bereiken door veel met de kinderen naar buiten te gaan en ze te laten kennismaken met alles wat zich daar afspeelt, maar ook indien mogelijk, de natuur naar binnen te halen.

Om onze pedagogische visie handen en voeten te geven heeft Kinderopvang ’t Woudlopertje er voor gekozen te werken met een aantal kernwoorden. Woorden gekozen door onze pedagogisch medewerkers. Woorden waar zij achter kunnen staan en die zij in de praktijk kunnen concretiseren. Wij hebben voor de volgende woorden gekozen:

Kernwoorden mbt de ontwikkeling van het kind:

  1. Zelfstandigheid
  2. Stimuleren en motiveren
  3. Spelende wijze
  4. Natuur (binnen en buiten)
  5. Respect

Kernwoorden mbt het omgevingsklimaat:

  1. Veiligheid & geborgenheid
  2. Acceptatie
  3. Uitdagend

Visie op werken met kinderen 0-13 jaar
Ieder kind is uniek, karakter en persoonlijkheid zijn mede bepalend voor de wijze waarop en het tempo waarin ieder kind zich ontwikkelt. De ontwikkeling van kinderen speelt zich in de eerste plaats af in de eigen omgeving, waarin de ouders als belangrijkste opvoeders een rol spelen. We zien de rol van de kinderopvang en de individuele pedagogisch medewerkers daarbinnen als een aanvulling op de opvoeding thuis.
We vinden dat de kinderopvang een eigen specifieke taak heeft door kinderen mogelijkheden te bieden om op te groeien in een groep. Het contact met andere kinderen nodigt uit tot het oefenen van sociale vaardigheden. Ons uitgangspunt is:
We willen kinderen een stimulerende omgeving bieden die hen optimale ontplooiingskansen biedt om zich te ontwikkelen.
We vinden het goed dat kinderen in de NSO-leeftijd zich geleidelijk steeds meer op de buitenwereld richten en daarbij eventueel ook buiten het NSO-gebouw activiteiten ontplooien.
Door actief naar kinderen te kijken, bepalen we de intensiteit van de stimulans die elk kind nodig heeft en daarmee de mate van leiden en begeleiden. Dit kan per kind en per leeftijdsgroep verschillen. De behoefte van individuele peuters bijvoorbeeld vraagt eerder om groepsactiviteiten dan die van baby's.
Een belangrijk uitgangspunt voor de NSO is dat de groepsleiding er bewust mee omgaat dat NSO leuk moet zijn voor kinderen en dat het om hun vrije tijd gaat. De NSO maakt onderscheid tussen vrije activiteiten en vaste activiteiten waaruit kinderen kunnen kiezen.
De pedagogisch medewerkers organiseren open activiteiten, vaak n.a.v. ideeën die kinderen of de pedagogisch medewerkers zelf aandragen.

Pedagogische doelen
Kinderopvang ’t Woudlopertje heeft tot doel kinderen een plek te bieden waar ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat ze opgroeien tot zelfstandige, evenwichtig en weerbare mensen, die respect hebben voor anderen en voor hun omgeving en die in staat zijn eigen keuzes te maken en daarin samen te werken met de mensen om hen heen.
We onderschrijven de opvoedingsdoelen uit de Wet kinderopvang van MW M Riksen-Walraven door te streven naar:

  • emotionele veiligheid
  • sociale competentie
  • persoonlijke competentie
  • socialisatie, cultuuroverdracht en overdragen van waarden en normen.

Emotionele veiligheid

Wat betreft de emotionele veiligheid van het kind staat het volgende centraal: hoe het kind zich voelt op de groep en binnen de opvang. Ervaart het kind voldoende veiligheid in zijn omgeving om zich vrij te kunnen ‘bewegen’ en te ‘ontdekken‘?. Hier proberen we zoveel mogelijk op in te spelen. Bijvoorbeeld door het inzetten van vaste pedagogisch medewerkers op de groepen, willen we dit realiseren. Dit kan niet altijd, als het gaat om vakanties, ziekte enz. We proberen zoveel mogelijk vaste invallers in te zetten.

Wij werken kind gericht. We verplaatsen ons (vaak letterlijk) naar het niveau van het kind. Hiermee bieden we ruimte aan het kind om ons te benaderen en te laten weten, zien wat hij of zij van ons wil. We maken de afstand tussen de volwassene en het kind kleiner door ons naar hun hoogte te verplaatsen. Praktisch betekent dit dat we bij de baby’s veelal op de grond zitten, of op een laag stoeltje en met de kinderen meespelen. Bij de peuters zorgen we ervoor dat we door onze knieën zakken als we met ze praten, zodat we op oogniveau met elkaar zijn. Ook bij de peuters spelen we mee. Om ze te stimuleren in hun spel of een beetje op gang te helpen als ze iets moeilijk of eng vinden. Kinderen ontlenen veel veiligheid aan een volwassene aan hun zijde wanneer ze zelf wat onzeker zijn. Zo komen ze net wat sneller een ‘drempeltje’ over.

We geven door een open en toegankelijke houding naar het kind, het gevoel dat ze bij ons terecht te kunnen met hun verhaal en emoties. We luisteren goed naar gedrag en woord en vragen na of controleren of we het kind goed begrepen hebben.

We zijn ons ervan bewust dat de wijze van communiceren van kinderen soms anders is dan wij als volwassenen doen. We nemen dan ook de tijd en rust om te interpreteren wat een kind bedoelt, om de vertaalslag te maken zodat we het kind niet verkeerd begrijpen. Wanneer wij wat langer stilstaan bij de boodschap van een kind kan de uitleg en daarmee onze reactie behoorlijk verschillen.

Ook wordt er per groep en per kind gekeken naar het welbevinden van het individu in de groep en naar het groepsproces van elke groep. Hoe gaat het met het kind op de groep en zijn er bijzonderheden in zijn of haar ontwikkeling. Dit wordt regelmatig besproken in een zogenaamde werkoverleg. Hierbij komen alle pedagogisch medewerkers van een specifieke groep bij elkaar om te praten over punten die te maken hebben met de betreffende groep.

Vast dagritme

Het bieden van een vast dagritme geeft de kinderen een veilig en geborgen gevoel. De kinderen weten precies wat ze kunnen verwachten, dit natuurlijk met hierin ook ruimte voor initiatieven van de kinderen. Elke doelgroep heeft zijn eigen dagritme, deze staan beschreven in de verschillende werkplannen per doelgroep.
We streven er naar zoveel mogelijk vaste pedagogisch medewerkers op een vaste groep te laten werken. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat er binnen Nederland nog steeds een duidelijke lijn zichtbaar is in de verdeling tussen arbeid en zorg. Dit betekent dat de pedagogisch medewerkers veelal parttime werken en het een gegeven is dat de kinderen met meer verschillende pedagogisch medewerkers te maken zal hebben.

De kinderen worden opgevangen in een vaste stamgroep waar we streven naar niet meer dan 4 vaste pedagogisch medewerkers per stamgroep. Deze stamgroep biedt structuur en veiligheid.

Sociale competenties

Wij vinden kinderen sociaal competent als ze in een groep goed kunnen functioneren en als ze hun sociale vaardigheden goed ontwikkeld hebben. Deze kinderen houden rekening met anderen en zijn goed in staat tot samen delen, samen spelen, samen ruzie maken en weer vrede sluiten en samenwerken. Ze kunnen zich goed inleven in anderen (empathie) en maken goed contact met andere kinderen en met volwassenen. Ze weten hoe ze bij anderen overkomen. Ze kennen de grenzen van de ander en gaan daar niet overheen. Ze kunnen goed omgaan met winnen en verliezen en kunnen ook tegenslagen incasseren. Ze passen zich makkelijk aan in een andere omgeving met andere regels. Ze zijn weerbaar en assertief maar komen ook op voor anderen.
Om dit te bereiken hanteren we de volgende pedagogische basisregels:

  • We stimuleren een positieve groepssfeer en moedigen kinderen aan om samen dingen te doen en samen dingen te delen, zowel 'speelgoed en boeken' als 'plezier en verdriet'.
  • We spelen met de kinderen mee.
  • We geven het goede voorbeeld door zelf professioneel met collega’s en de ruimte om te gaan en nooit fysiek in te grijpen (knijpen, sleuren, slaan of duwen).
  • We leren kinderen over nemen en geven en hoe ze conflicten kunnen oplossen.
  • We leren ze hoe ze zich kunnen inleven in de ander en om begrip te hebben voor de ander.
  • We leren kinderen dat iedereen anders is en dat iedereen gelijkwaardig is.
  • We stimuleren het verkennen van andere culturen d.m.v. boeken, spelletjes, gerechten, feesten etc.
  • Liever belonen we gewenst gedrag en corrigeren we ongewenst gedrag. Ongewenst gedrag bestraffen we alleen als corrigeren niet helpt.
  • Kinderen in de BSO hebben recht op inspraak.
  • We bieden groepsactiviteiten aan en hebben aandacht voor het evenwicht tussen groepsactiviteiten en individuele activiteiten; dit kan voor elk kind anders liggen en heeft ook te maken met de persoonlijke competenties van een kind.

Ter ondersteuning van deze basisregels dragen we er binnen kinderopvang ’t Woudlopertje zorg voor dat het spelmateriaal vooral fantasieprikkelend en creatief is. We hechten er veel waarde aan om samen met de kinderen dingen te doen, binnen het dagritme.

Kinderen geven steeds meer aan wat zij wel en wat zij niet willen. Kinderen kiezen steeds meer bewust, waarmee en met wie zij willen spelen. Wij stimuleren kinderen daar ook in. Soms geven kinderen duidelijk aan, dat zij alleen of met zijn tweeën willen spelen zonder inmenging van anderen. Dat mag, we letten hierbij wel op dat sommige kinderen niet worden buiten gesloten.
De pedagogisch medewerkers stimuleren kinderen om aan te geven wat zij wel en niet willen. Kinderen ontwikkelen zo hun eigenheid en ontdekken hun eigen wil. Door hier openheid aan te geven leren kinderen ook steeds meer zelf aan te geven wanneer zij ons wel of niet nodig hebben; zij komen naar de pedagogisch medewerker toe voor troost, aandacht, een knuffel of hulp. Natuurlijk zoekt de pedagogisch medewerker het kind zelf ook op er wordt ook aandacht, een knuffel of hulp aangeboden. Kinderen moeten de ruimte, het materiaal en de aandacht van de pedagogisch medewerkers met elkaar delen daarbij kunnen conflicten ontstaan.

Wij vinden het belangrijk kinderen hun conflicten zoveel mogelijk zelf te laten oplossen. In eerste instantie wachten de pedagogisch medewerkers af of kinderen erin slagen zelf hun conflicten op te lossen, wij houden het proces in de gaten en grijpen in als kinderen er niet uitkomen of als een kind het onderspit delft. Wanneer wij ingrijpen, verwoorden wij voor de kinderen waar het om draait en helpen de kinderen naar een oplossing te zoeken, bijvoorbeeld een vergelijkbaar of een zelfde stuk speelgoed aanbieden, om de beurt, wachten tot de ander klaar is. We geven de kinderen een alternatief wanneer zij in conflict fysiek worden. We leggen dan uit hoe ze het ook kunnen oplossen ‘met woorden’.
We creëren een open houding tussen pedagogisch medewerkers en kinderen. We praten met elkaar en luisteren naar elkaar. We vertellen en leggen uit wat we bedoelen en vragen na of een kind ons goed begrijpt.
Het leren delen van aandacht vinden de meeste kinderen moeilijk: de pedagogisch medewerker is niet altijd beschikbaar op het moment dat het kind om aandacht vraagt. Kinderen moeten op dat moment genoegen nemen met een andere oplossing, bijvoorbeeld op schoot, of naast de pedagogisch medewerker zitten. Wij proberen de aandacht zo evenredig mogelijk over alle kinderen te verdelen. Kinderen die zelf om aandacht vragen, komen vanzelf wel aan hun trekken. Bij kinderen die dat niet doen, laten wij het initiatief meer van onze kant komen.

Persoonlijke competenties

Met persoonlijke competenties worden persoonskenmerken bedoeld als veerkracht,
weerbaarheid, zelfvertrouwen, eigenwaarde, flexibiliteit en creativiteit in het omgaan met verschillende situaties. Het kind kan hierdoor problemen adequaat aanpakken en zich goed aanpassen aan veranderende omstandigheden. Het kind leert en ontdekt wie het is, wat het kan, welke interesses het heeft en welke vaardigheden er nodig zijn in welke situaties (bijv. geduld en afwachten, of juist initiatief nemen en doorzetten). Door de manier waarop de pedagogisch medewerkers met de kinderen omgaan, hoe de kinderen in de groep met elkaar omgaan, door de inrichting van de ruimten en door de mogelijkheden die het speelmateriaal en de activiteiten bieden, bevorderen wij de persoonlijke competentie van het kind.
Wij benaderen het kind respectvol en positief en geven het de ruimte om zelf of met elkaar
kleine probleempjes op te lossen. Wij letten daarbij op wat het kind zelf aan kan en waar het aan toe is. We bouwen voort op het ontwikkelingsniveau van het kind. En, elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo en eigen wijze. Wij sluiten ons in onze werkwijze en benadering zo veel mogelijk aan bij het individuele kind.

Tijdens spel, activiteiten en verzorgingssituaties geven wij het kind complimenten.
Elk kind is trots als het zelf dingen kan doen. Wij stimuleren de zelfstandigheid van elk kind en doen dat gedoseerd en passend bij de ontwikkeling en de leeftijd van het kind. Zo kunnen kinderen bepaald speelmateriaal zelf pakken en is de ruimte zo ingericht dat kinderen weten wat ze waar kunnen vinden en waar kunnen doen.
Ook bij zelfstandig eten, drinken, zindelijk worden, stimuleren wij het kind op een positieve manier. Wij ‘dwingen’ kinderen nooit met eten of zindelijkheid. Als iets niet meteen lukt, wordt het kind geholpen en zonodig getroost om het op een later moment weer te proberen.
Wij observeren, interpreteren, ondersteunen waar nodig of bieden het kind juist wat extra uitdaging om een stapje verder te komen.
Activiteiten die vooral veel mogelijkheden bieden voor het verder ontwikkelen van persoonlijke competenties zijn bijv. samenspel, fantasiespel, drama, naspelen/meespelen. Door te leren winnen en verliezen, door lastige situaties zélf op te lossen, door grenzen te verkennen en te verleggen en mogelijkheden te ontdekken (iets proberen wat je eerst niet durfde), door situaties eigen te maken en daar complimenten voor te krijgen, leren kinderen wat zij kunnen (wat vind je heel leuk om te doen, waar ben je goed in) en wie ze zijn.
Wij bieden daarom een grote variatie in activiteiten, in speelmogelijkheden en in spelmaterialen,
Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen.

Waarden en normen

Wij vinden het belangrijk dat kinderen respectvol omgaan met zichzelf en de omgeving.
Onder omgeving verstaan wij mensen, materialen, natuur en milieu. We dragen dit uit door het de kinderen voor te leven en hier uitleg over te geven. We stimuleren de kinderen in het ontwikkelen van goede omgangsvormen zoals het leren luisteren naar elkaar, excuses aanbieden, groeten bij binnenkomst en vertrek en letten op taalgebruik. Binnen ’t Woudlopertje gebruiken we de standaard taal dat betekent dat we geen verklein woorden gebruiken. We gebruiken de namen van kinderen, dingen en dieren en vervangen die niet voor alternatieven zoals “boe, boe, schatje, liefje”.
We vinden het belangrijk dat afspraken en regels worden nageleefd.
Het stellen van grenzen hebben kinderen nodig om te leren wat wel en niet mag. Kinderen leren zich binnen deze grenzen te bewegen.

Bij de ontmoeting met andere culturen zien we dan dat wat voor ons “zo gewoon” is, niet voor iedereen en overal geldt. Kleine kinderen zijn erg gevoelig voor het “zo doen wij het hier”, zij nemen deze waarden en gedragingen snel over wanneer zij dit van de groep zien. Als pedagogisch medewerkers spelen we hierop in. Wij proberen ons voortdurend bewust te zijn van onze voorbeeldfunctie: kinderen hebben een sterke neiging volwassenen te imiteren en dus moeten wij het gedrag dat wij de kinderen willen aanleren ook zelf laten zien. Enkele normen en waarden die wij hanteren: luisteren naar elkaar, wachten op je beurt, elkaar respecteren, rekening houden met elkaar etc. Wij gaan ervan uit, dat als kinderen ondervinden dat jij rekening met hen houdt, hen accepteert en naar hen luistert, zij ook met jou/anderen rekening zullen houden en naar jou/anderen zullen luisteren. Zij zullen dit voorbeeldgedrag als de geldende norm gaan hanteren.
Daarnaast willen wij kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen voor mensen en materie in hun leefomgeving. Daarvoor moeten wij hun de verantwoordelijkheid geven die zij aankunnen: pedagogisch medewerkers en kinderen dragen samen zorg voor de dagelijkse gang van zaken. Wij leren de kinderen zorg te dragen voor zichzelf, anderen, het materiaal en de ruimte. Bijvoorbeeld niet met speelgoed gooien, want dan gaat het kapot of iemand bezeert zich. Speelgoed regelmatig opruimen; alles op een vaste plaats, zodat anderen het weer gemakkelijk kunnen terugvinden. Jezelf aan‐ en uitkleden. Als je gemorst hebt, zelf een doekje pakken en dit opruimen, etc.
Uitgangspunt is een positieve houding. Dat betekent dat gewenst gedrag wordt beloond met een compliment, met speciale aandacht. En, een ‘ongelukje’ wordt benoemd en samen met het kind maken we het schoon. Dit met een accepterende houding.
Soms zoekt een kind bewust de grenzen op. Het kind mag hiermee experimenteren, het hoort bij de ontwikkeling. De pedagogisch medewerkers benoemen het gedrag wat ongewenst is en geven een voorbeeld van gewenst gedrag in die situatie. We maken afspraken met het kind en maken duidelijk wat de regels zijn en waar de grens is, als een kind hier tegenaan loopt.

Observaties

Binnen kinderopvang ’t Woudlopertje vinden we het belangrijk om goed naar de kinderen te kijken.
Om daarbij een leidraad te verkrijgen zullen wij begin 2012 een projectgroep samenstellen welke een observatie methode zal gaan kiezen die het beste bij onze visie past.
De ouders worden dan vanaf 2012 1x per jaar uitgenodigd voor een 10-minuten gesprek.

VVE voor het KDV

Een aantal PMW-ers van ons kinderdagverblijf zijn op VVE cursus geweest. Wij vinden het voorschoolse traject erg belangrijk voor de kinderen en willen hierin graag aasluiten bij de scholen.
In 2012 zal er een projectgroep samengesteld worden welke van de VVE methodes een methode zullen kiezen die het dichtst bij onze visie past.
Het is ons streven om in 2012 de gekozen methode onder de PMW-ers van het kinderdagverblijf te implementeren.

Workshops voor de NSO

Om de kinderen op de NSO meer uitdaging te bieden zal ’t Woudlopertje eind 2011 een Pilot gaan doen met workshops. Het streven is om verschillende workshops aan te gaan bieden waar de kinderen zich op in mogen schrijven en dan aan de gekozen workshop mee kunnen doen.
Hierdoor zullen ze meer uitgedaagd worden en leren ze ook keuzes maken, wat wil ik, wat vindt ik leuk, waar liggen mijn interesses etc.

Stamgroepen en kind leidster ratio

In het hieronder opgenomen overzicht is opgenomen: de maximale omvang van de groepen; de leeftijdsopbouw en beroepskracht – kind - ratio.

Locatie 't Woudlopertje IJweg KDV

groep leeftijd maximaal
aantal kinderen
aantal
pedagogisch
medewerkers
Mollige muisjes 0-2 jaar 14 3
Brave beren 0-2 jaar 14 3
Vrolijke vlinders 2-4 jaar 14 2
Dolle dino's 2-4 jaar 14 2
Bezige bijtjes 0-4 jaar 16 3

Locatie 't Woudlopertje IJweg NSO

groep leeftijd maximaal
aantal kinderen
aantal
pedagogisch
medewerkers
Power pauwen 9-13 jaar 20/30 2/3
Kwakende kikkers 4-6 jaar 20 2
Pittige pony's 4-6 jaar 20 2
Zingende zebra's 6-9 jaar 20 2
Dansende dolfijnen 6-9 jaar 20 2

Pedagogische werkplannen

In de pedagogische werkplannen staat de concrete uitwerking van onze visie. Wat betekent het pedagogisch beleid voor de dagelijkse verzorging en begeleiding van de kinderen? Onderwerpen die beschreven worden in het pedagogisch werkplan zijn: de pedagogisch medewerker - kind interactie, de inrichting van binnen- en buitenruimtes, de groep, de activiteiten en het spelmateriaal.

Doel van pedagogische werkplannen

De kerntaak van pedagogisch medewerkers is het opvoeden van kinderen in groepsverband. Daarmee nemen zij een deel van de opvoeding over. Ouders hebben de eindverantwoordelijkheid in de opvoeding. Het kindercentrum is naast thuis en school een plek waar kinderen zich kunnen ontwikkelen. Het pedagogische werkplan is een leidraad voor groepsleiding bij de uitvoering van het werk. Tevens is voor klanten duidelijk wat zij kunnen verwachten van de opvang.

Login